TOPSPORT OF BREEDTESPORT - ELKE SPORTER TELT
In Nederland wordt er in verhouding veel meer geld uitgegeven aan topsport, terwijl de meeste mensen deelnemen aan de breedtesport. Dat is ook wel logisch. Topsport is nu eenmaal veel duurder en we willen er op zondagavond voor de buis allemaal van genieten.
Toch mogen we de breedtesporter niet vergeten. De topsporter komt hier uit voort en dient als rolmodel voor de breedtesporter. Om die reden proberen we bij de SKWN die twee zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Beiden steunen en beiden dienen.
Meer geld naar de breedtesport betekent niet dat er minder geld naar de topsport moet.
Onderzoek wijst uit dat er geen sprake is van een gelijke mate van beïnvloeding tussen topsport en breedtesport. De topsport kan niet zonder breedtesport. Andersom is dit ook zo, maar in veel mindere mate.
Breedtesporters ontlenen vooral als publiek veel plezier aan de topsport, maar een groot deel van de sportbeoefenaars zal in hun sportbeoefening nauwelijks een relatie met de topsport ervaren.
"Sport Verbroedert" is een mooie en veel gehoorde kreet.
Maar bij te weinig middelen wordt het "Sport Verloedert."
En dat mag niet gebeuren. Daar is sporten veels te belangrijk voor. Breedtesport is de basis voor de topsport. Breedtesport bereikt een groter groep mensen en het is heel gezond voor de mens, fysiek en mentaal. Onderzoeken hebben aangetoond dat sporten de samenleving op de duur veel geld bespaart aan medische zorg.
Zowel topsport als breedtesport hebben hun onvervangbare waarde.
Maar we mogen niet de één ten koste laten gaan van de ander.
Daarom nogmaals: ELKE SPORTER TELT